De kaak
 

Werking van de kaken.

Dit is heel belangrijk om te weten omdat dit direct in verband staat met het paarden gebit. Het gebit kan de werking van de kaken nadelig be´nvloeden. Met als gevolg een slijtage aan gewrichten. Het gebit bestaat uit een:  bovenkaak, onderkaak, kiezen en voortanden en dit kan bewegen door het TMJ gewricht


TMJ gewicht (Temporo-Mandibular-Joint)

Dit betekend het bewegen van de onderkaak van links naar rechts, van onder naar boven en van voor naar achter. Dus dit gewricht zorgt er voor dat het paard kan grazen en kauwen. Om dit TMJ gewricht goed te laten functioneren is het balans van het gebit dus heel belangrijk.


Kauwen (malen)

Omdat een paard zijn eten maalt en niet zoals de mens snijd met de tanden eet hij dus ook anders. Namelijk de onder kaak gaat naar onder, naar buiten (naar rechts of links), naar boven en weer naar binnen. Na een tijdje gaat hij aan de andere kant eten.
Hij eet dus aan een kant tegelijk.


APM (Anterior-Posterior Movement)

Dit houd in het van achter naar voor schuiven van de onderkaak ( en terug schuiven).Als een paard met zijn hoofd naar de grond gaat zal zijn onderkaak naar voor gaan op dit moment staan zijn tanden en kiezen recht tegenover elkaar. Dit is ook hoe een paard eet en het gebit zal dus ook gelijk afslijten. word deze beweging belemmerd dan zal het
paard druk krijgen op het TMJ gewricht.